ONTWIKKELINGSFASEN VAN HET KIND

Kinderen ontwikkelen zich in verschillende fasen. Bij elke fase horen vaardigheden en gedrag passend bij de leeftijd van het kind. Voor de ouders/opvoeders betekent dat elke fase een andere vaardigheid vraagt voor de opvoeding of
begeleiding van het kind. Hieronder een kort overzicht van de ontwikkelfasen, het bijbehorende gedrag en de aandachtspunten voor de ouders/opvoeders.

Het is belangrijk om daarbij te weten dat het onderstaande geldt voor een groot deel van de kinderen. Elk kind ontwikkelt zich op zijn/haar eigen tempo, dus het is altijd mogelijk dat uw kind in de ontwikkeling sneller of langzamer is. Maakt u zich daarover niet direct zorgen, want de ontwikkeling van een kind is van verschillende factoren afhankelijk. Mocht u er vragen over hebben, dan kunt u die stellen bij het consultatiebureau, schoolmaatschappelijk werk of Jeugdteam Hoeksche Waard. Zij zijn allemaal te bereiken via nummer 088-123 99 25 of per mail naar [email protected].

_BT Clear

Babyfase 0 – 1 maanden

Ontwikkeling van het kind:

  • 17 uur per dag slapen.
  • Eerste week na geboorte gewichtsafname (max. 10%).
  • Starten met vitamine D.
  • Scherp zien tot 20-30 cm afstand.

Behoeften van het kind:
Aandacht, structuur en rust.

Aandachtspunten voor de ouders/opvoeders:
Herstellen en vinden van dagritme, organiseren van de inschrijving bij de gemeente en instellingen.


Babyfase 1 – 4 maanden

Ontwikkeling van het kind:

  • 17 uur per dag slapen.
  • Hoofd meedraaien.
  • Teruglachen (6 weken).
  • Uiten van gevoelens via lichaamstaal en huilgedrag

Opvoedcapaciteiten:
Ritme en behoeften van het kind centraal in gezin.

Aandachtspunten voor de ouders/opvoeders:
Gebroken nachten.


Babyfase 4 – 8 maanden

Ontwikkeling van het kind:

  • Starten met bijvoeding (4 maanden).
  • Doorkomen eerste tanden.
  • Diepte zien en geluidjes maken.
  • Ontdekken geslachtsdelen.
  • Eenkennig.

Behoeften van het kind:
Structuur, response, starten met tandenpoetsen.

Omgeving:
Slapen op eigen kamer.


Babyfase 8 – 12 maanden

Ontwikkeling van het kind:

  • Dromen, tussentijds wakker worden.
  • Vaste voeding.
  • Herkenning van gezichten, gevoelige periode meertaligheid.
  • Herkennen van eigen naam.
  • Ontstaan van verlatingsangst, gevoelig voor stemmingen van anderen.

Behoeften van het kind:
Consequent gedrag van ouders, veiligheid bieden, ruimte geven om te ontdekken.

Aandachtspunten voor de ouders/opvoeders:
Het kind slaapt onrustiger, starten met mediaopvoeding, stimulerend speelgoed.


Peuterfase 1 – 2 jaar

Ontwikkeling van het kind:

  • Eén keer overdag en 12 uur per nacht slapen. Mee eten, drinken uit beker.
  • Brabbelen, drie nieuwe woorden per dag.
  • Ontstaan interesse in zindelijkheid.
  • Eigen wil, zelf doen, toenemend ik-besef.
  • Imitatie van gedrag, interesse in andere kinderen (naast elkaar spelen).

Opvoedcapaciteiten:
Stimuleren taalontwikkeling (voorlezen/praten), twee keer per dag tanden poetsen, mee eten met gezin, flexibiliteit en creativiteit van ouder.


Peuterfase 2 – 3 jaar

Ontwikkeling van het kind:

  • Tekenen (krassen), leren traplopen, rennen, leren aankleden.
  • Drie woord–zinnen, begrijpt aanwijzingen.
  • Zindelijk worden.
  • Peuterpuberteit, driftbuien en wisselend temperament.
  • Kan zich nog niet in anderen verplaatsen, grenzen verkennen.

Opvoedcapaciteiten:
Negeren negatief gedrag, grenzen stellen, vertrouwen en veiligheid bieden.

Opvoedcapaciteiten:
Bij ouders ontstaat er in deze fase ook opvoedonzekerheid, het is belangrijk dat ouders op een lijn zitten over de opvoeding.


Peuterfase 3 – 4 jaar

Ontwikkeling van het kind:

  • Alleen ’s nachts slapen.
  • Extra vitamine D nodig.
  • Eigen lichaam ontdekken.
  • Ook interesse in lichaam van anderen.
  • Waarom vragen stellen, nieuwsgierig; geen gevaar zien, grote fantasie ; peuterangsten.
  • Bewustwording van gevoelens van anderen.

Opvoedcapaciteiten:
Benoem gevoelens, stimuleren zelf aankleden, geef complimenten en houd toezicht.


Kleuterfase 4 – 6 jaar

Ontwikkeling van het kind:

  • Wisselen melktanden.
  • Leren staat centraal.
  • Ontwikkelen genderidentiteit (doktertje spelen).
  • Start gewetensontwikkeling, piek in magisch denken.

Opvoedcapaciteiten:
Stimuleren van spel en taalontwikkeling. Gewenst gedrag benoemen

Aandachtspunten voor de ouders/opvoeders:
Samenwerken met school, loslaten en vertrouwen, vergroten sociale netwerk.


Schoolkind 6 – 12 jaar

Ontwikkeling van het kind:

  • Slapen 9 tot 11 uur per nacht, slaapwandelen.
  • Groeipijnen.
  • Inzicht in oorzaak en gevolg. Leren centraal. Begrijpen, oordelen, redeneren en concluderen.
  • Ongemakkelijk gevoel bij bloot zijn, mindere vragen durven stellen, voor het eerst verliefd.
  • Vorming van zelfbeeld, morele ontwikkeling.
  • Behoefte om erbij te horen en geaccepteerd te worden.

Opvoedcapaciteiten:
Positieve en stimulerende aandacht, uitleggen waarom regels belangrijk en nodig zijn, steunen, sturen en stimuleren.

Aandachtspunten voor de ouders/opvoeders:
Erkennen, autonomie, loslaten en vertrouwen.


Pubertijd 10 – 15 jaar

Ontwikkeling van het kind:

  • Groeispurt, grote eetlust, slaapritme verandert.
  • Bewegingen zijn tijdelijk ontregeld (slungelig).
  • Onvoldoende in staat te plannen en organiseren (geen oog voor consequenties van gedrag).
  • Grote leerpotentie.
  • Fantasie over seksualiteit.
  • Drang naar intense ervaringen en risico’s nemen. Aardig gevonden willen worden door leeftijdsgenoten.
  • Wisselend humeur, wennen aan nieuwe lichaam (onzekerheid).

Opvoedcapaciteiten:
Delen van ervaringen (gevoelens en emoties), positieve en ondersteunende aandacht (waardevrij), ruimte voor experimenteren en ontdekken, open communicatie (luisteren, praten en onderhandelen), uitleg geven over gevolgen van bepaald gedrag

Aandachtspunten voor de ouders/opvoeders:
Zorgen, angsten en twijfels bij ouders nemen toe, pubers nemen afstand van ouders - leeftijdsgenoten zijn het referentiekader.


Adolescentie 15 – 18/23 jaar

Ontwikkeling van het kind:

  • Definitieve lengte bereikt, hersenen rijpen verder uit.
  • Zorgdragen voor eigen leefstijl, gezondheid en uiterlijk.
  • Abstract denken neemt toe, beter in staat beredeneerde keuzes te maken, toenemende concentratie en focus.
  • Seksueel actief.
  • Bewustzijn eigen identiteit. Vorming waardensysteem.
  • Empathie, verantwoordelijkheid nemen, gevoelige periode van het ontwikkelen positief zelfbeeld.

Opvoedcapaciteiten:
Acceptatie seksuele keuzes, stimuleren zelf oplossend vermogen, interesse laten blijven en mening niet direct ventileren. Verschuiving van opvoeder naar adviseur.


_BT Clear
_BT Clear